Bij
de eredienst neemt de viering van het Avondmaal een belangrijke plaats in.
Elke zondagmorgen beginnen wij met de eredienst. Het is een samenkomst waarbij
het er om gaat dat wij onze dank, onze lofprijzing en onze aanbidding aan God
en aan de Heer Jezus brengen. Dit is een belangrijk onderscheid ten opzichte
van een samenkomst rondom het geopende Woord (de Bijbel) waarbij God tot ons
spreekt en waar wij iets van Hem ontvangen. Bij de viering van het Avondmaal
is de Heer Jezus zelf de gastheer aan zijn Tafel en waar gelovigen zo bijeen
zijn, daar is Hij naar zijn belofte in hun midden. Daar zijn de gelovigen als
priesters bijeen en brengen hun offers van lof terwijl zij denken aan Hem die
Zelf de tekenen van brood en wijn heeft gegeven die herinneren aan zijn dood
aan het kruis.
In het Oude Testament lezen wij dat het de wil van God is dat het volk
Israël uit het land Egypte trekt om in de woestijn een feest te vieren.
Exodus 5:
1
Zo zegt de HERE, de God van Israël: laat mijn volk gaan om te mijner ere
in de woestijn een feest te vieren.
Onmiddellijk na de verlossing uit de macht van de farao van Egypte klinkt er
een lied van lof en dank voor de verlossing die God heeft gedaan:
Exodus 15:
1
Toen zong Mozes met de Israëlieten de HERE dit lied en zij zeiden: Ik wil
de HERE zingen, want Hij is hoog verheven…………….
2 De HERE is mijn
kracht en mijn psalm, Hij is mij tot heil geweest. Hij is mijn God, Hem
verheerlijk ik, de God mijns vaders, Hem prijs ik.
Er zijn veel voorbeelden te noemen uit het Oude Testament waar het duidelijk
is dat het volk van God lofprijzing brengt aan de Here voor de geweldige daden
die Hij gedaan heeft om zijn volk te verlossen. Daar ligt dan ook de kern van
de eredienst.
Psalm 107:
21 Dat zij de HERE loven om zijn goedertierenheid en om zijn wonderen aan de
mensenkinderen;
22 dat zij lofoffers offeren en zijn werken met gejubel vertellen.
In het Nieuwe Testament lezen wij dat het tot de taken van de Gemeente
behoort om de geweldige verlossing die de Heer Jezus heeft tot stand gebracht,
in gedachten te houden. Het is voor zijn verlosten ondenkbaar dat dit 'denken
aan' niet ook zou betekenen dat er wordt gedankt, geloofd en geprezen en dat
in eerbiedige aanbidding God de Vader en God de Zoon worden vereerd en
grootgemaakt.
De viering van het Avondmaal neemt binnen de eredienst een essentiële plaats
in. In een nadere uitwerking worden hierna verschillende aspecten van het
Avondmaal vanuit de Bijbel toegelicht.
Pascha en Avondmaal
Vredeoffer en Avondmaal
Avondmaal in het Nieuwe Testament (volgt binnenkort)
Pascha
en Avondmaal
Het Pascha zoals dat in het Oude Testament wordt beschreven, is een beeld van
het Avondmaal zoals wij dat kennen in het Nieuwe Testament. Er zijn
verschillende treffende overeenkomsten op te merken. De voorschriften voor het
Pascha worden door God aan Mozes gegeven bij de gelegenheid van de
uittocht uit Egypte. In dat land waren de nakomelingen van Jacob tot slaven
gemaakt. God had hun gejammer gehoord en omdat de farao hen niet vrijwillig
wilden laten vertrekken, heeft Hij hen met krachtige hand verlost.
Het
Avondmaal wordt door de Heer Jezus Zelf ingesteld als Hij met zijn
discipelen het Pascha viert op de avond voor zijn sterven aan het kruis, dus
vlak voordat Hij het werk van verlossing volbrengt.
In het Pascha (Oude Testament) zien wij een voorafschaduwing van het Avondmaal
(Nieuwe Testament). In de laatste nacht van zijn leven heeft de Heer Jezus
Zelf, terwijl Hij met zijn discipelen het Pascha vierde, het Avondmaal
ingesteld.
Lucas 22:
15 En Hij zei tot hen: Ik heb vurig begeerd dit pascha met u te eten
voordat Ik lijd.
16 Want Ik zeg u, dat Ik geenszins meer daarvan zal eten totdat het vervuld
is in het koninkrijk van God.
17 En Hij nam een drinkbeker, dankte en zei: Neemt deze en deelt hem onder
elkaar.
18 Want Ik zeg u, dat Ik van nu aan geenszins zal drinken van de vrucht van
de wijnstok totdat het koninkrijk van God komt.
19 En Hij nam brood en nadat Hij had gedankt, brak Hij het en gaf het hun
en zei: Dit is mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt; doet dit tot mijn
gedachtenis.
20 Evenzo ook de drinkbeker na de maaltijd, en Hij zei: Deze drinkbeker is
het nieuwe verbond in mijn bloed, dat voor u vergoten wordt.
Een gedachtenismaaltijd
Na de eerste keer dat het Pascha wordt gevierd (zie Exodus 12) werd het
jaarlijks opnieuw gevierd door het verloste volk Israël. Het was een
herinneringsfeest van een blij en dankbaar volk dat God de eer en dank gaf
voor hun verlossing uit de slavernij. Het Avondmaal wordt gevierd door
mensen, die weten dat zij verlost zijn van de zonde. Daarbij denken zij terug
aan de dood van de Heer Jezus en aan de betekenis van het door Hem volbrachte
verlossingswerk. Zij doen wat de Heer Jezus vraagt in Lucas 22:
19 aan
Hem denken bij het eten en drinken van het Avondmaal.
Het paaslam
In Exodus 12 kunnen wij lezen dat God een uitgebreid voorschrift aan de
Israëlieten geeft met betrekking tot het lam dat geslacht moet worden. Al
deze door God gegeven kenmerken laten ons iets zien van het ware Paaslam. In
de bijbel wordt heel duidelijk de vergelijking gemaakt tussen het lam dat bij
het Pascha wordt geslacht en de Heer Jezus in 1 Korinthe 5:
7 Want ook
ons pascha, Christus, is geslacht.
1. Het lam in huis
God geeft de opdracht om het lam al drie dagen voordat het geslacht gaat
worden uit te zoeken en apart te nemen, te bewaren in hun huizen. Wij moeten
daarbij opmerken dat de negende plaag, drie dagen duisternis, onmiddellijk
werd gevolgd door de nacht waarin de verderf engel door het land Egypte ging
om de eerstgeborenen te doden. Dit betekent dus dat gedurende de tijd van de
negende plaag, het lam in de huizen van de Israëlieten was. In Exodus 10 : 22
en 23 lezen we dat, terwijl er in het gehele land Egypte een dikke duisternis
was, alle Israëlieten licht hadden waar zij woonden. Wij lezen van de Heer
Jezus in Openbaring 21:
23 En de stad heeft de zon of de maan niet nodig om
haar te beschijnen, want de heerlijkheid van God verlichtte haar en haar
lamp is het Lam.
Het lam in de huizen gaf niet echt licht. Maar het lam is
ook in dit opzicht een verwijzing naar de Heer Jezus: daar waar het Lam is, is
het licht. Dat geldt ook nu in onze huisgezinnen en bovenal in het huisgezin
van de gemeente van God: in de wereld is het donker maar daar waar het Lam is,
daar is van duisternis niets te merken maar is het volop licht.
Doordat het lam al drie dagen bij de Israëlieten in huis woonde, had het hele
gezin zich aan dat dier gehecht. En juist dat dier, waarvan zij waren gaan
houden, moest op de vierde dag door de vader worden geslacht. Dat was een
ernstig en verdrietig moment in het huisgezin van de Israëlieten!
Zo ervaren
wij bij de viering van het Avondmaal ook droefheid als we denken aan de
Persoon van de Heer Jezus en hoe Hij voor ons moest lijden en sterven. Wij
denken immers niet aan iemand die wij niet goed kennen en ver van ons af
staat, maar aan Iemand die wij heel lief hebben en met wie wij allen
persoonlijk een band hebben.
2. Het lam
Om het volk te kunnen redden geeft God aanwijzingen met betrekking tot het
lam. De mogelijkheid van deze redding is dus door God zelf aangegeven en van
Hem uitgegaan. Evenzo is het Verlossingswerk van de Heer Jezus uitgegaan van
God. De Heer Jezus is, zoals Johannes de Doper het zegt, zie Johannes 1:
29 Het Lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt.
Van het lam wordt ons in Exodus 12 vers 5 gezegd dat het een gaaf, éénjarig
mannelijk dier moest zijn. Ook dit spreekt ons van de Heer Jezus: er was aan
Hem in het geheel geen gebrek.
Het hele volk Israël (de gehele vergadering der gemeente van Israël, Exodus
12 vers 6)
moest het lam slachten en daarbij rekening houden met het aantal personen per
gezin. Het is nu de opdracht aan de gehele Gemeente van God om het Avondmaal
te vieren. Maar praktisch is het onmogelijk om als Gemeente op één plaats
samen te komen. Zoals het volk per gezin een paaslam moest slachten en eten,
wordt nu in de afzonderlijke plaatselijke gemeenten het Avondmaal gevierd.
Daarbij moest het volk rekening houden met de grootte van het lam. Een klein
gezin kon niet een half lam nemen. Dan moest er samen gedaan worden met een
ander gezin. Zo liet God weten dat het lam maatgevend was, daarmee moest
rekening worden gehouden.
Zo geldt dat ook voor ons. Niet wij, mensen, maar
Hij, de Heer Jezus, is de maatstaf waarmee rekening moet worden gehouden. Bij
onze avondmaalsviering moeten wij er op toezien dat deze viering overeenkomt
met de wil van God en met de waardigheid van de Heer Jezus. Anders is er geen
sprake van 's Heren Avondmaal.
3. Het lam geslacht
Het lam moest worden geslacht in de avondschemering. Dit moment is
hetzelfde moment als genoemd in Handelingen 3 vers 1, het uur van het gebed,
het negende uur. Dit is bij ons drie uur 's middags.
Later werd in Jeruzalem
op dat zelfde tijdstip dagelijks het avondoffer geslacht op het tempelplein.
Op de bijzondere dag van het Pascha werden er op dat moment van het negende
uur, zeven paaslammeren geslacht (Numeri 28 vers 16-21). Ook de Heer Jezus
stierf op het negende uur. (Mattheüs 27 vers 45-51; Markus 15 vers 33-37; Lucas
23 vers 44-46). Zo stierf het ware Paaslam, Christus, buiten de stad, op de
heuvel Golgotha, op het zelfde moment dat in Jeruzalem op het tempelplein op
het negende uur de zeven paaslammeren werden geslacht.
4. Het bloed van het lam
In Exodus 12 lezen wij voor de eerste maal over de bijzondere betekenis van
het bloed. Het bloed moest worden genomen en daarvan gestreken worden aan de
beide deurposten en aan de bovendorpel, aan die huizen, waarin men het Pascha
at. En het belang daarvan legt God heel precies uit als Hij zegt in vers 13:
wanneer Ik het bloed zie, dan ga Ik u voorbij en aldus zal er geen verdervende
plaag onder u zijn. God gaat dus met zijn oordeel voorbij op grond van het
bloed van het offerlam.
Hetzelfde geldt ook nu voor ons. 1 Petrus 1:
18 daar u weet dat u niet door
vergankelijke dingen zilver of goud, verlost bent van uw onvruchtbare, door de
vaderen overgeleverde wandel,
19 maar door kostbaar bloed, als van een
vlekkeloos en onbesmet lam het bloed van Christus.
5. Het vlees van het lam
Het vlees van het lam moest door de Israëlieten dezelfde nacht worden
gegeten. Daarvoor moesten zij het bereiden volgens de aanwijzingen die God
gaf: op het vuur gebraden met kop, schenkels en ingewanden. Het offer werd dus
direct blootgesteld aan het vuur.
Hierbij mogen wij denken aan het oordeel van God over de zonden dat in zijn
volle kracht op de Heer Jezus is neergekomen. Zijn lijden voor ons, werd niet
verzacht.
Ook als wij bij het Avondmaal denken aan het brood dat wij eten, zit
daar iets in van lijden als we zien hoe dat brood is bereid: fijngemalen
graankorrels, tot deeg verwerkt en in de oven gebakken.
Kop, schenkels en
ingewanden worden met name genoemd. Bij de kop mogen we denken aan de wijsheid
van de Heer Jezus, bij de schenkels aan Zijn onberispelijke wandel hier op
aarde. De ingewanden zijn een beeld van de innerlijke ontferming en
barmhartigheid die wij zien in de Heer Jezus en die Hij heeft ten opzichte van
verloren zondaars.
Met al deze aspecten van de Persoon van de Heer Jezus mogen
wij ons bezig houden als wij het Avondmaal vieren. En bij het eten van het
brood geven wij ook uitdrukking aan onze verbondenheid met Hem.
De bittere kruiden
Het is een voorschrift van God dat het vlees van het paaslam gegeten wordt
met bittere kruiden. Hoewel het Pascha een feest is waarbij het volk Israël
met blijdschap terug denkt aan hun verlossing uit de slavernij van Egypte,
blijft er die herinnering aan de slavernij. Er blijft dus een bittere
ondertoon bij dit feest.
Zo is het ook bij het Avondmaal. Wij kunnen niet
uitsluitend denken aan onze verlossing. Dan zouden we voortdurend bezig zijn
met onszelf. Wij komen samen ter gedachtenis aan de Heer Jezus als het
geslachte Lam. Wij denken dan óók aan het bittere lijden dat Hij heeft
moeten doormaken toen de toorn van God op Hem was vanwege onze zonden. Er is
dus niet alleen blijdschap maar ook een droevige herinnering.
De ongezuurde broden
Onmiddellijk na het Pascha volgt het feest van de ongezuurde broden. Dit
wordt ook als instelling van God nauwkeurig beschreven in Exodus 12 vers 14-20. Pascha en ongezuurde broden horen bij elkaar.
Zeven dagen duurde dit feest
van de ongezuurde broden, een periode waarin geen gezuurd brood gegeten mocht
worden. Wie dat wel deed moest uit Israël worden uitgeroeid (Exodus 12 vers
15). Bij het
volk Israël was en is het zelfs zo dat alle zuurdeeg uit de huizen wordt
weggedaan.
Zuurdeeg is in de bijbel een beeld van slechtheid en boosheid. Het
zal duidelijk zijn dat ook voor een gelovige geldt dat hij alle boosheid en
slechtheid uit zijn leven weg moet doen. Ons leven door de week moet in
overeenstemming zijn met wat wij op zondag belijden. Het is mooi als wij
bedenken dat wij elke zondag het Avondmaalsfeest mogen vieren en dat wij elke
week mogen leven in overeenstemming daarmee, dus elke week is het feest van de
ongezuurde broden.
Zo mag ons leven één feest zijn voor de Heer en mogen wij opmerkzaam zijn
dat geen boosheid en slechtheid in ons leven of in onze huizen wordt gevonden.
Een altoos durende inzetting voor u en uw zonen
Een altoos durende inzetting was het Pascha. En we lezen dan ook diverse
malen dat het Pascha gevierd wordt door het volk Israël. Ook nog eeuwen nadat
de verlossing uit Egypte heeft plaats gevonden. En het gebeurt nog steeds door
het Joodse volk.
En ook het Avondmaal wordt nog steeds gevierd. Allen, die
weten te behoren tot de Gemeente van de Heer Jezus Christus, hebben de
opdracht zo te herdenken dat zij verlost zijn van zonde en dood door de Heer
Jezus en mogen dat blijven doen,
……….totdat Hij komt (1 Korinthe 11 vers 26).
Vredeoffer
en Avondmaal
Naast het Pascha wordt er in het Oude Testament aan het volk Israël nog een
opdracht gegeven met betrekking tot een maaltijd en dat is het Vredeoffer.
Het Vredeoffer wordt ook genoemd Dankoffer en Lofoffer.
Kenmerkend voor dit offer is dat er gemeenschap wordt geoefend met God en met
elkaar. Dit komt tot uitdrukking in het eten met elkaar van dezelfde maaltijd.
Een deel van het Vredeoffer was voor God, een deel was voor de priesters en
een deel was voor de offeraar.
Ook bij het Avondmaal komt die gemeenschap naar voren: de lof en dank,
uitgedrukt in liederen en gebeden, is het deel dat God ontvangt, onderling
geven wij uitdrukking aan de gemeenschap door het eten van hetzelfde brood en
het drinken uit dezelfde beker. De gemeenschap van de gelovigen met God is
zowel bij het Vredeoffer als bij het Avondmaal uitsluitend
mogelijk op grond van de dood van een plaatsvervangend offer. Bij het
Vredeoffer is dit de dood van het offerdier, bij het Avondmaal is dit de
offerdood van de Heer Jezus.
Het Vredeoffer kon niet op elke willekeurige plaats worden gebracht. Er
wordt een nauwkeurige plaatsbepaling gegeven waar dat offer wordt gebracht,
namelijk bij de ingang van de tent der samenkomst, daar waar ook het
brandofferaltaar staat. Het gedeelte van het offer dat bestemd is voor God,
wordt door de priesters op het brandofferaltaar gebracht, waar zij het in rook
doen opgaan, tot een liefelijke reuk voor de HERE. De plaats waar dus de
gemeenschap met God zich afspeelt, is bij het brandofferaltaar (zie ook 1
Korinthe 10 vers 18).
In het Nieuwe Testament is in samenhang met het Avondmaal, eveneens
sprake van een altaar. In de brief aan de Hebreeën is daarvan sprake in
hoofdstuk 13 vers 10. Het hier genoemde altaar doet ons niet denken aan een
letterlijk altaar maar aan een 'geestelijk altaar'. Het is eigenlijk een
symbolische aanduiding voor de eredienst van de gelovigen die zijn
samengekomen en (zie daarvoor vers 15) 'voortdurend een lofoffer brengen aan
God, dat is de vrucht van de lippen die zijn naam belijden'.
De voorschriften over het Vredeoffer in het Oude Testament vinden we in
Leviticus 3 en Leviticus 7.
Dat het eten van het Vredeoffer een feest is, blijkt uit Deuteronomium
27:
7 Ook zult gij vredeoffers slachten, die daar eten en u verheugen voor het
aangezicht van den HERE uw God.
Door elke week het Avondmaal te vieren, worden wij steeds weer bepaald
bij de offerdood van de Heer Jezus, de enige grondslag waarop wij gemeenschap
kunnen hebben met God en met elkaar. Onze offergaven zijn offers van lof en
dank en aanbidding; het zijn de 'geestelijke offeranden, die voor God
aangenaam zijn door Jezus Christus' (1 Petrus 2 vers 5).
Avondmaal
in het Nieuwe Testament (volgt binnenkort)
|