Er
bestaan over 'dopen' bij Christenen veel verschillende meningen. Dit kan voor
iemand die nog maar kort tot het christendom bekeerd is, erg verwarrend zijn.
Wij willen proberen hier eerst in het kort aan te geven hoe wij over 'dopen'
denken en daarna willen wij aan de hand van de Bijbel dieper ingaan op een
aantal belangrijke aspecten van het dopen.
De doop is een symbolische handeling die wordt toegepast op hen die het
evangelie van de Heer Jezus Christus hebben aangenomen. De doop vindt
éénmalig plaats door onderdompeling in water.
Door zich te laten dopen belijdt men zich bewust te zijn van zijn zonden,
daarover berouw te hebben en te weten met God verzoend te zijn door het
verlossingswerk van de Heer Jezus Christus. Verder belijdt men Jezus Christus als Heer te aanvaarden en Hem te willen gehoorzamen in alle aspecten van het
leven.
In bovenstaande zinnen wordt in het kort veel over 'dopen' gezegd. In het
hierna volgende deel willen wij nagaan wat de Bijbel over dit onderwerp zegt.
Wanneer
wordt in de Bijbel de doop toegepast?
Eén van de laatste opdrachten die de Heer Jezus aan zijn discipelen heeft
gegeven, vlak voordat Hij terug ging naar de hemel, kunnen wij lezen in
Mattheüs 28 vers 19: 'Gaat dan heen, maakt alle volken tot discipelen, hen
dopend tot de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest en hen lerend
te bewaren alles wat Ik u heb geboden.'
Als we letten op de volgorde, zien we dat er achtereenvolgens sprake is van:
1. tot discipelen maken
2. dopen
3. leren
Met name in het boek Handelingen
lezen we dat de discipelen aan deze zendingsopdracht gehoor hebben gegeven en
het evangelie hebben verkondigd. Wij lezen bij verschillende gelegenheden, dat
mensen het evangelie horen, het geloven en zich vervolgens laten
dopen (Handelingen 2 vers 41; 8 vers 12; 10 vers 47-48; 16 vers 14; 16 vers 32-33; 18
vers 8; 19 vers 5).
Wij kunnen in deze gedeelten opmerken dat de doop wordt toegepast op mensen
direct na hun bekering, dus direct nadat zij tot geloof in de Heer Jezus zijn
gekomen. Daarmee geven zij in het openbaar aan dat zij een discipel van de
Heer Jezus Christus zijn geworden. Discipel zijn betekent hier: Jezus Christus
aan te nemen als Heer, Hem te willen volgen en voor Hem te willen leven.
Het woord discipel gebruiken wij eigenlijk nooit. Daarvoor in de plaats
gebruiken we het woord Christen (Handelingen 11 vers 26)
Hoe
moet er gedoopt worden?
Dopen is niet hetzelfde als sprenkelen. Wanneer we lezen in Leviticus 4 wat de
priester moet doen met het opgevangen bloed van de geslachte stier dan wordt
dit onmiddellijk duidelijk.
Leviticus 4:
4 Hij zal de stier naar de ingang van
de tent der samenkomst brengen voor het aangezicht des HEREN, zijn hand op de
kop van de stier leggen en de stier slachten voor het aangezicht des HEREN.
5
De gezalfde priester zal een deel van het bloed van de stier nemen en dat
brengen naar de tent der samenkomst.
6 De priester zal zijn vinger in het
bloed dopen en van het bloed zevenmaal sprenkelen voor het aangezicht des
HEREN, voor het voorhangsel van het heiligdom.
Iedereen zal na lezing van dit gedeelte zich kunnen voorstellen wat er
gebeurde: De priester doopt zijn vinger helemaal onder in het bloed en
vervolgens sprenkelt hij van het bloed dat aan zijn vinger bleef hangen voor
het aangezicht des Heren. Er is dus een duidelijk onderscheid tussen dopen (of
dompelen) en sprenkelen.
In het Nieuwe Testament lezen we een enkele maal wat meer details over het
dopen. Johannes de Doper doopte op een plaats, omdat daar veel water was (Johannnes
3 vers 23). Voor sprenkelen zou niet veel water zijn nodig geweest zodat deze
mededeling dan overbodig was. In Mattheüs 3 vers 6 lezen we dat zij werden gedoopt
in de Jordaan. Dit wijst er op dat er meer gebeurde dan alleen sprenkelen.
In Handelingen 8 lezen we dat Filippus een kamerling uit Ethiopië doopt
(Handelingen 8 vers 26-40).
In vers 38 van dit gedeelte lezen we: 'En zij daalden beiden af in het water,
zowel Filippus als de kamerling, en hij doopte hem.'. Voor een besprenkeling zou
het niet nodig zijn geweest dat Filippus samen met de kamerheer in het water
afdaalde. Besprenkelen had gemakkelijk kunnen gebeuren als zij beiden aan de
kant van het water hadden gestaan. Voor onderdompelen was het wel een
voorwaarde dat zij beiden in het water afdaalden.
Ook wanneer wij de betekenis van de doop nader bestuderen zal duidelijk worden
dat dopen echt betekent dat er ondergedompeld moet worden.
Wat
is de betekenis van de doop?
Wij kunnen uit de Bijbel verschillende betekenissen van de doop leren. De
apostel Paulus schrijft aan verschillende gemeenten over de doop. Het meest
uitgebreid doet hij dat aan de gemeente in Rome. Wij lezen dat in Romeinen 6.
Reden voor Paulus om deze uiteenzetting te geven is kennelijk (vers 1) de
gedachte dat sommige gelovigen meenden dat zij na hun bekering wel in de zonde
konden blijven leven. Immers dan zou de genade toch alleen maar toenemen ?
Maar het antwoord van Paulus op deze gedachte is ondubbelzinnig: volstrekt
niet (vers 2)! En vervolgens legt hij uit waarom dat dan zo is en zegt (vers 3-6): Wij, die gedoopt zijn tot Christus Jezus, zijn als het ware
met Hem begraven en daarvan is de doop een duidelijk beeld. Bij onze doop,
werden wij ondergedompeld en het water sloot zich boven ons. Op dat moment
bevonden wij ons als het ware in een watergraf. Zo werden wij in de doop, op
symbolische wijze, verenigd met een gestorven en begraven Christus. Waarom
hebben wij er dan voor gekozen om als het ware met de Heer Jezus te sterven en
begraven te worden? Dat is (vers 4) omdat wij weten dat Hij niet in het
graf is gebleven maar is opgestaan. En zoals Hij is opgestaan zijn wij dat ook
(en dat zien we symbolisch in het uit het water weer opkomen) en mogen wij nu
in een vernieuwd leven wandelen. Wij hebben dus een nieuw leven gekregen en de
oude mens is gekruisigd. Die oude mens, die niet anders kon dan zondigen, die
is er niet meer. Na onze bekering zijn we een nieuwe mens die maar één
verlangen heeft en dat is te leven met Christus. Die oude mens is dood (vers 11) en in principe zijn wij, nieuwe mensen, dood voor de zonde. Wij laten
ons niet meer door de zonde regeren (vers 12) maar laten ons leiden door de
Heilige Geest die wij ontvingen toen wij ons tot God bekeerden (Efeze 1 vers
13-14).
Aan de gemeente in Galatië schrijft Paulus daar ook over en dan zegt hij:
Galaten 2:
20 Ik ben met Christus gekruisigd en ik leef niet meer, maar
Christus leeft in mij; en wat ik nu leef in het vlees, leef ik door het geloof
in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft
overgegeven.
Helaas betekent dit niet dat wij na onze bekering nooit meer zondigen. Maar de
regel dat de zonde de baas was over ons leven, is gewijzigd in de regel dat
wij ons laten leiden door Gods Geest. Al zal die oude baas van ons leven wel
proberen ons opnieuw te laten zondigen. Het is niet nodig dat wij ons daarna
opnieuw bekeren want dat is een eenmalige gebeurtenis. Wel zullen wij onze
zonden opnieuw moeten belijden.
De eerste betekenis van de doop is dus dat wij symbolisch worden één gemaakt
met een gestorven en begraven Heer.
In het evangelie van Markus lezen we het woord van de Heer Jezus waaruit
blijkt dat geloof en doop onlosmakelijk bij elkaar horen.
Markus 16:
16 Wie
geloofd heeft en gedoopt is, zal behouden worden;
Hier zien we de als
voorwaarde van de behoudenis, geloof en doop in één genoemd. Maar de tekst
gaat verder met: wie echter niet gelooft, zal veroordeeld worden. Hier zien we
dat de essentiële voorwaarde van onze behoudenis, uitsluitend geloof is.
Daarbij is het belangrijk te bedenken, dat geloof inhoudt dat men tot besef
van zonden komt. Als er besef van zonden is, dan is de volgende stap dat de
zonden worden beleden. In zijn oneindige liefde en genade schenkt God ons
vergeving van onze zonden. Onze zonden kunnen worden vergeven door het
verlossingswerk van de Heer Jezus Christus.
Zo laat de doop ook zien dat de
zonden zijn vergeven. Niet in letterlijke zin, want water neemt geen zonde
weg, maar in figuurlijke zin. In de doop wordt ons de afwassing van de zonden
voorgesteld. Als Paulus jaren na zijn bekering het verhaal doet van hoe hij
tot geloof in de Heer Jezus is gekomen, dan vertelt hij dat Ananias bij hem
komt en tot hem zegt: 'En nu, waarom aarzelt u? Sta op, laat
u dopen en uw zonden afwassen onder aanroeping van zijn naam.'
(Handelingen 22 vers 16). Zonden kunnen
alleen worden vergeven op grond van het verlossingswerk. Maar uit de woorden
van Ananias blijkt dat in dat dopen, dat onderdompelen in water, ons ook wordt
voorgesteld dat de zonden worden afgewassen.
De tweede betekenis van de doop is dus een symbolische voorstelling van het
afwassen van de zonden.
 Wie
mag de doop toepassen?
Hierover geeft de Bijbel geen regels. Het lijkt daarom van ondergeschikt
belang te zijn wie de doop toepast. Zowel van Paulus als van Petrus lezen wij
dat zij wel mensen het evangelie brengen, maar anderen laten dopen. In de
praktijk gaat het dikwijls zo dat degene die gedoopt wil worden dat vraagt aan
iemand door wiens uitleg of onderwijs hij of zij tot geloof is gekomen. Degene
die doopt zal zich door een gesprek (geen examen!) er van overtuigen dat er
een oprecht verlangen is om aan deze wens van de Heer Jezus te voldoen.
Natuurlijk is het het allermooiste dat de doop daarna ook zo snel mogelijk
wordt toegepast. Dat is ook een Bijbelse gedachte zoals hierboven al is uiteen
gezet. Toch kan er nog enige tijd overheen gaan voordat het dopen plaats
vindt. Maar dat heeft dan te maken met allerlei praktische zaken zoals het
uitnodigen van familie, vrienden en kennissen zodat die ook getuigen kunnen
zijn van deze gebeurtenis en het reserveren van een locatie waar het dopen kan
plaats vinden.
De
'doopformule'
Helemaal aan het begin van dit artikel over dopen is de tekst aangehaald
waarbij de Heer Jezus aan zijn discipelen de zendingsopdracht geeft:
Mattheüs
28
19 Gaat dan heen, maakt alle volken tot discipelen, hen dopend tot de naam
van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest en hen lerend te bewaren alles wat
Ik u heb geboden.
Degene die doopt zal daarbij meestal uitspreken: ……….(naam),
ik doop je tot de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige
Geest.
De
betekenis van de doopformule
Bij het ondergaan van de christelijke doop wordt je gevoegd bij (=tot) de Vader, de
Zoon en de Heilige Geest. Zo, als drie-enige God, openbaart Zich de
Here God aan ons in het Nieuwe Testament. Dat de Heer Jezus hier in het
enkelvoud spreekt over de naam en niet over de namen, onderstreept dat er
één God is. Door de doop en wat daarbij wordt uitgesproken laat je zien en
horen dat je niet meer hoort bij de wereld waarin wij leven, maar dat je
toegevoegd bent aan het getuigenis van de Heer Jezus op aarde. En dat geeft
dan ook direct aan dat het dopen niet een eindstadium is van een christenleven
maar juist het begin. Want vanaf het moment dat de doop heeft plaatsgevonden
maak je deel uit van dat getuigenis en mag je zolang je op aarde leeft laten
zien en horen dat je oude mens is weggedaan en dat je wandelt in het nieuwe
leven dat gekenmerkt wordt door toewijding aan de Heer Jezus in woord en daad.
Efeze 4:
22 .... zoals de waarheid in Jezus is: dat u, wat uw vroegere wandel
betreft, de oude mens hebt afgelegd, die ten verderve gaat overeenkomstig zijn
bedriegelijke begeerten,
23 en vernieuwd bent in de geest van uw denken,
24 en
de nieuwe mens hebt aangedaan, die overeenkomstig God geschapen is in ware
gerechtigheid en heiligheid.
|