De
naam Bijbel komt van het griekse woord Biblia, dat 'boeken' betekent. De Bijbel is
eigenlijk niet één boek, maar een verzameling van boeken en geschriften.
Als u de Bijbel openslaat, ontdekt u al snel dat de Bijbel uit twee hoofddelen
bestaat: het Oude Testament (OT) en het Nieuwe Testament (NT). Testament
betekent verbond. God heeft een verbond gesloten. Eerst met het volk Israël.
Later met de gelovigen uit de overige volken en hun nageslachten. Het OT is
oorspronkelijk in het Hebreeuws geschreven. Het NT in het Grieks. Vanuit deze
oorspronkelijke talen is de Bijbel in de verschillende landstalen vertaald. Om
de leesbaarheid te bevorderen zijn boven de verschillende bijbelgedeelten
opschriften geplaatst die kort de hoofdinhoud weergeven. Veel bijbeluitgaven
hebben die opschriften overgenomen. In de oorsponkelijke tekst staan ze dus
echter niet. De bijbelboeken zijn verdeeld in hoodfstukken (1189 stuks). De
hoofdstukken weer in versen (31373 stuks). Zo kunt u snel een bijbelvers
terugvinden.
Het OT omvat de boeken die het Joodse volk
heeft bewaard en ons heeft overgeleverd. De apostel Paulus zegt dat het
voorrecht van de Jood is dat 'hun de woorden van God zijn toevertrouwd' (uit het
boek Romeinen, hoofdstuk 3 vers 1 en 2). Dit eerste deel omvat de boeken Genesis tot en met Maleachi. Het
NT omvat de geschriften die na de komst van
Jezus Christus op aarde
zijn opgesteld. Dit tweede deel omvat de boeken Mattheüs tot en met Openbaring.
De Bijbel
bestaat dus uit twee hoofddelen. Bij ons bestaat het OT uit 39 boeken, bij de
Joden zijn dat er 22. Dat komt niet omdat de Joden boeken zouden missen die wij
er wel bij hebben, maar omdat bij hen enkele boeken samengetrokken zijn tot
één boek. Ook de indeling is bij de Joden anders. Die ziet er als volgt uit:
1. de wet of Thora (= regel) Genesis, Exodus, Leviticu, Numeri en Deuteronomium.
Deze boeken dragen dan natuurlijk Hebreeuwse namen, die afgeleid zijn van de
beginwoorden van elk boek.
2. de profeten: Jozua, Richteren, Samuël, Koningen,
Jesaja, Jeremia, Ezechiël en 12 kleine profeten.
3. de geschriften: Job,
Spreuken, Psalmen, Hooglied, Ruth, Klaagliederen, Prediker, Esther, Ezra,
Nehemia, Kronieken en Daniël.
In de Bijbel zoals wij die nu kennen, is de indeling van het OT als volgt:
1. de vijf boeken van Mozes ( Pentateuch), te weten Genesis, Exodus, Leviticus,
Numeri en
Deuteronomium.
2. de geschiedkundige boeken te weten; Jozua, Richteren, Ruth, 1 en 2 Samuël
; 1 en 2 Koningen, 1 en 2 Kronieken, Ezra, Nehemia en Esther.
3. vijf boeken, die we dichterlijke boeken zouden kunnen noemen, te
weten: Job, Psalmen, Spreuken, Prediker en Hooglied.
4. de boeken van de profeten en wel: de grote profeten: Jesaja,
Jeremia en Klaagliederen van Jeremia, Ezechiël, Daniël; de 12 kleine profeten:
Hosea, Joël, Amos, Obadja, Jona, Micha, Nahum, Habakuk, Zefanja, Haggaï,
Zacharia en Maleachi.
De 27 boeken van het NT zijn:
1. de evangeliën: Mattheus, Markus, Lukas en Johannes ( deze geven alle vier een beschrijving van het leven,
het sterven en de opstanding van Jezus Christus).
2. de Handelingen der Apostelen ( dit boek vertelt hoe het evangelie vanaf
Jeruzalem uitgedragen is over de hele toen bekende wereld).
3. enkele brieven, namelijk de brieven van Paulus: Romeinen, Korinthe (2
stuks),
Galaten, Efeze, Filippenzen, Colossenzen, Thessalonicenzen (2 stuks), Timotheüs
(2 stuks), Titus en Filémon; de brief aan de Hebreeën (hiervan weten we niet precies wie de schrijver
is, maar mogelijk is dit ook Paulus); de pastorale brieven: Jakobus, Petrus (2
stuks), Johannes (3 stuks) en
Judas.
4. de Openbaring.
De brieven Romeinen tot en met Thessalonicenzen zijn aan Gemeenten gericht en
hebben een leerstellig karakter. De brieven aan Timotheüs, Titus en Filémon zijn aan personen gericht en
bevatten veel praktische aanwijzingen zowel voor het persoonlijk geloofsleven
als voor het leven van de Gemeente. De brief aan de Hebreeën is gericht aan bekeerde Joden en geeft aan hoe met
de komst van Jezus Christus en zijn offer de Joodse schaduwdienst (offers) haar
vervulling heeft gekregen. Van de pastorale brieven zijn die van Jakobus en Petrus eveneens aan Joden
gericht, terwijl de brieven van Johannes (de 2e en 3e) aan individuele
personen geaddresseerd zijn. De 1e brief van Johannes bevat geen adressering en is aan de
gelovigen in het algemeen gericht. Hetzelfde geldt voor de brief van Judas.
De Openbaring is geschreven door Johannes en kan met recht het boek van de
toekomst genoemd worden.
Al
de boeken van het OT en NT vormen één harmonieus geheel. En dat ondanks het feit dat de Bijbel
in zijn geheel ontstaan is in ongeveer 1500 jaar en er zo'n 40 schrijvers aan
gewerkt hebben. De eerste
schrijver, Mozes, leefde ongeveer 1400 voor Christus. De laatste schrijver, Johannes,
leefde tot ongeveer 100 na Christus. Het boek Psalmen beslaat alleen al een periode van
ongeveer 1000 jaar. De bijbel is dus niet geschreven door één persoon. Er zijn zo'n 40
verschillende schrijvers door God voor ingeschakeld en deze verschilden in:
karakter, leeftijd, land, beroep, leefomstandigheden en milieu. Zij waren voor het merendeel geen
beroepsschrijver met uitzondering van onderandere Paulus en Lukas. De Bijbel heeft een rijke schakering wat de inhoud betreft. We treffen een
grote variatie aan: verslagen, geschiedenissen, levensbeschrijvingen, wetten,
liederen, klaagzangen, spreuken, zegeningen, vervloekingen.
Ondanks de aangegeven punten vormt de Bijbel toch een eenheid en
dat is een geweldig wonder. Door de Bijbel loopt als het ware een rode draad. De Bijbel spreekt over de Messias,
Jezus Christus, en het heilsplan dat God heeft
voor de mens en voor de wereld.
Hoe
betrouwbaar is de Bijbel? Het is niet verstandelijk te bewijzen dat de Bijbel Gods
Woord is, maar dat betekent niet, dat er geen argumenten voor de betrouwbaarheid
en de onfeilbaarheid van bijbelse mededelingen kunnen worden aangevoerd. Uit de
Bijbel blijkt dat men in de tijd van Mozes al kon schrijven. Dit werd in de
vorige eeuw door bijbelcritici bij hoog en bij laag ontkend. De schrijfkunst
was veel en veel jonger en de Bijbel zou hierin onjuiste informatie geven.
Opgravingen te Ur van onderandere Sir Woolley toonden echter onomstotelijk
aan dat de schrijfkunst al minstens dateert uit de tijd van Abraham. Dan hebben
we het over een periode van omstreeks 3000 jaar voor Christus.
In de Bijbel lezen we dat Belsazar de laatste
koning van het rijk van de Chaldeeën - het Babylonische rijk - was. Volgens de
geleerden klopte dat echter helemaal niet, want men had kleitabletten gevonden
waarop stond dat de laatste koning van het Babylonische rijk Nabona’id was. En
deze was niet in Babel ter dood gebracht, zoals de Bijbel van Belsazar beweerde,
maar hij was in het veld gevangen genomen door de Meden en Perzen en stierf pas
later. Latere opgravingen toonden echter opnieuw het gelijk van de Bijbel aan. Taylor en Rawinson vonden namelijk kleitabletten waaruit bleek dat Nabona’id
een zoon had die Belsazar heette en dat hij aan hem de regering had
overgedragen, terwijl hij zelf in Arabië verbleef. In een heel duidelijk licht
kwam toen ook de mededeling te staan, dat Belsazar aan de man die het schrift op
de muur kon ontcijferen niet de tweede, maar de derde plaats in het koninkrijk
aanbood. Deze geschiedenis vindt u in het boek Daniël hoofstuk 5.
Dit betreft een paar historische feiten. Maar neem eens de mededelingen
aangaande de opstanding en de daarop volgende verschijning van Jezus Christus.
Alle mededelingen zijn tot in de details uitgewerkt en waren voor ieder in die
tijd verifieerbaar. Paulus schrijft er in zijn eerste brief aan de Korinthiërs
over. Hij noemt een hele serie personen aan wie Jezus Christus na zijn opstanding
is verschenen. Ja zegt hij, Christus is zelfs aan 500 'broeders' tegelijk
verschenen. En dan voegt hij er veel betekenend aan toe: 'van wie het
merendeel thans nog in leven is'. Met andere woorden: als jullie het niet
geloven, ga het ze dan maar vragen. Menig rechter zou willen, dat hij in een
strafzaak een zo groot aantal getuigen kon aanvoeren.
Ondanks dit alles blijft echter gelden, dat iemand alleen werkelijk tot
geloof komt, als Gods Woord zijn geweten en zijn hart raakt. De bijbelse
boodschap moet iemand eerst overtuigen van zijn zonden en hem vervolgens wijzen
op de oplossing van de zondekwestie: namelijk het offer dat Jezus Christus
bracht door Zichzelf voor zondaars op te offeren aan het kruis. Het aanvaarden
van Christus als Redder is niet een kwestie van het verstand, maar van het hart.
Wij
zien de Bijbel als het
absoluut gezaghebbende Woord van God. Het geloof is de enige basis. Dát de Bijbel Gods gezaghebbende woord is, is
niet te bewijzen. U moet het aanvaarden. Dat deden de mensen in Thessalonika
ook,
want van hen schrijft Paulus dat ze 'toen ze het woord van de prediking van
God hadden ontvangen, het hebben aangenomen, niet als een woord van mensen,
maar, zoals het waarlijk is, als Gods woord, dat ook werkt in u' (uit het
boek 1 Thessalonicenzen, hoofdstuk 2 vers 13).
Het zelfgetuigenis van de Bijbel is erg belangrijk en kan interesse
opwekken. God kan het gebruiken om iemand tot nadenken te brengen. Het is immers
geen kleinigheid, dat een boek er aanspraak op maakt het onfeilbare Woord van
God te zijn. Op zichzelf is dat reden genoeg de Bijbel ernstig te gaan lezen.
Maar in het algemeen gesproken zal dit zelfgetuigenis van de Bijbel de zondaar
nog niet brengen tot geloof in de Bijbel als het Woord van God. Vaak zal God door de
boodschap van de Bijbel aangaande Hem zelf, de zondaar en het kruiswerk van Jezus Christus de mens
overtuigen van het feit dat de Bijbel Gods Woord is. Op het moment dat de
zondaar tot bekering komt, gelooft hij in de boodschap die hem bereikt heeft.
Hij aanvaardt die als Gods Woord, want waarom zou hij zich anders bekeren?
Wil iemand dus overtuigd raken van het feit dat de Bijbel
Gods Woord is, dan moet hij door de Bijbel zelf daarvan overtuigd worden.
Vandaar ook de nadruk die wij als christenen leggen op de prediking van het
evangelie van Jezus Christus. Vandaar ook de nadruk die wij als christenen
leggen op de
verspreiding van de Bijbel. Vandaar ook de oproep die wij als christenen doen om de Bijbel te gaan lezen.
Geloof kunnen wij elkaar niet geven.
Er is Eén die het wel kan geven, dat is God. Hij doet dat echter door de
Bijbel. In de Bijbel staat het zo uitgedrukt: 'hoe zullen ze geloven in Hem van
wie ze niet gehoord hebben? .... Zo is dan het geloof uit het horen en het horen
uit het woord van Christus' (uit het boek Romeinen, hoofdstuk 10 vers 14- 17a).
U moet de
boodschap van het evangelie beluisteren of er over lezen om tot geloof te komen.
Heeft u nog geen Bijbel? Bestel er een
online bij Evangelische
Boekhandels De Fakkel of ga eens langs Bijbelkiosk De Bron.
U vindt Bijbelkiosk De Bron aan de Rijksstraatweg
nummer 8 in Hellevoetlsuis. Telefoonnummer 0181 315700.
De Stichting
Evangelisatie stelt u gratis een Bijbel ter beschikking. U hoeft alleen de
verzendkosten te betalen.
|